Legal insight

D. CASAER, "Sociale verkiezingen: het begrip technische bedrijfseenheid", ODC Hospitality Law Newsletter, February 2016 (Dutch version)

De HR actualiteit zal de komende maanden gedomineerd worden door de opstart en de procedure voor de sociale verkiezingen van mei 2016. Ook al is de relevante wetgeving van toepassing voor alle bedrijfssectoren, toch heeft iedere sector nog bepaalde eigenheden die van belang kunnen zijn in deze strategisch gevoelige periode. Aan de hand van sectorspecifieke rechtspraak lichten we een aantal aandachtspunten toe voor het bepalen van de technische bedrijfseenheid.

Specifiek voor de hotelsector hebben we de meest relevante rechtspraak van de voorbije 15 jaar nagekeken. Bij de parlementaire voorbereiding van de wetgeving inzake sociale verkiezingen werd zelfs uitdrukkelijk verwezen naar “een keten van hotels” als een geheel van bedrijven die één  technische bedrijfseenheid kunnen uitmaken.

Belangrijk is dat bij het bepalen van deze technische bedrijfseenheid zowel sociale als economische criteria worden meegenomen in de beoordeling, waarbij de sociale criteria niet alleen de meest relevante blijken maar ook de meest doorslaggevende. Hieronder een greep uit de criteria die in de rechtspraak aan bod kwamen.

Sociale criteria

Verschillende elementen werden door de rechtspraak niet relevant geacht voor het bepalen van een technische bedrijfseenheid, zoals het hebben van hetzelfde sociaal secretariaat, dezelfde verzekeraar arbeidsongevallen, dezelfde standaard arbeidsreglementen. Veel meer van belang is of er tussen de verschillende juridische entiteiten die de hotels van de groep uitbaten sprake is van een eenvormig personeelsbeleid; daarbij wordt bijvoorbeeld nagegaan of de hotelmanager voor zijn vestiging het personeelsbeleid autonoom kan aansturen dan wel of hij zich moet schikken naar groepsdirectieven inzake personeelsbeleid; het bestaan van één overkoepelend personeelsbeleid wijst op het bestaan van één technische bedrijfseenheid; zo ook het zich frequent voordoen van personeelswissels tussen hotels van diverse juridische entiteiten.

Economische criteria

Ook economische criteria kunnen een rol spelen, zij het in mindere mate. Om verschillende juridische ondernemingen als één technische bedrijfseenheid te beschouwen op economische grond moet er vooreerst sprake zijn van een minimale cohesie. Deze cohesie kan bijvoorbeeld vennootschapsrechtelijk-structureel zijn. Zo werd in een aantal beslissingen de beslissingsstructuur onder de loep genomen en werd nagegaan of de verschillende juridische entiteiten waarin de uitbatingen plaatsvonden, onder gezamenlijk bestuur vielen. Gezamenlijk bestuur kan zich voordoen wanneer de raden van bestuur van de diverse entiteiten uit dezelfde personen bestaan. Ook het uitbatingsconcept kan een rol spelen. Hotels die door een hotelgroep in diverse juridische entiteiten worden uitgebaat in eigen beheer via een huurovereenkomst of op basis van een zakelijk recht, kunnen makkelijker een technische bedrijfseenheid vormen dan hotels die door de groep worden uitgebaat op basis van een management overeenkomst of franchise overeenkomst. In die laatste gevallen zal het personeel veelal in dienst zijn van de eigenaar van het hotel en niet noodzakelijk gecapteerd worden door directieven of beleidslijnen die binnen de groep van de manager of franchisegever van kracht zijn.

 Het hanteren van één gezamenlijke internetsite en gezamenlijk marketingmateriaal zoals één brochure werd alvast niet voldoende geacht door de bevoegde Arbeidsrechtbank om op economische grond één technische bedrijfseenheid uit te maken. In casu waren de diverse ondernemingen ook niet opgenomen in één geconsolideerde jaarrekening.                              

Het correct bepalen van de technische bedrijfseenheid is uiteraard van groot belang voor het verloop van de sociale verkiezingen, maar het is evenzeer van belang vanuit een strategisch oogpunt voor de sociale relaties binnen de onderneming of groep van ondernemingen voor de komende vier jaar of zelfs langer. Strategische afwegingen die zich hierbij aandienen zijn bijvoorbeeld : wenst men overleg op het niveau van de vestiging of liever op een hoger niveau ? Zijn er in bepaalde vestigingen meer hardnekkige vakbondsvertegenwoordigers ? Is het zinvol Nederlandstaligen en Franstaligen te mixen binnen de werknemersvertegenwoordiging ? Het is raadzaam hierover grondig na te denken …