Legal insight

D. CASAER, “Schijnzelfstandigheid en management-vennootschappen”, ODC HR Law Newsletter April 2015 (Dutch version)

Een vonnis van de Arbeidsrechtbank van Gent van 20 februari 2014 vormt interessante lectuur over een betwisting tussen de zaakvoerder van een managementvennootschap en zijn opdrachtgevers.

Het betrof een consultancyovereenkomst waarbij de zaakvoerder van de managementvennootschap ingehuurd was door twee ondernemingen om hen bij te staan bij het ontwikkelen van nieuwe exploitaties inzake sportinfrastructuur, er moest daarvoor onder meer gelobbyd worden bij de lokale besturen.

 

Schijnzelfstandigheid en management-vennootschappen

Een vonnis van de Arbeidsrechtbank van Gent van 20 februari 2014 vormt interessante lectuur over een betwisting tussen de zaakvoerder van een managementvennootschap en zijn opdrachtgevers.

Het betrof een consultancyovereenkomst waarbij de zaakvoerder van de managementvennootschap ingehuurd was door twee ondernemingen om hen bij te staan bij het ontwikkelen van nieuwe exploitaties inzake sportinfrastructuur, er moest daarvoor onder meer gelobbyd worden bij de lokale besturen.

Nadat deze samenwerking verschillende jaren had standgehouden kwam er een breuk in de samenwerking. De consultant vond de beëindigingsregeling die hem was geboden onvoldoende en argumenteerde dat hij eigenlijk steeds een handelsvertegenwoordiger was geweest en dus recht had op o.a. een opzeggingsvergoeding en een uitwinnings-vergoeding. In het vonnis gaat de Arbeidsrechtbank, met toepassing van de Arbeidsrelatiewet van 2006, het meeste gewicht toekennen aan het statuut dat partijen bij aanvang van de samenwerking hebben gekozen.

In voorliggende zaak bleek overduidelijk dat het statuut van zelfstandige helemaal niet aan de consultant was opgedrongen, wel integendeel. Ook gedurende de samenwerking maakte de consultant plichtsgetrouw zijn facturen op. Bijkomende elementen zoals het feit dat de consultant zich bediende van het mailadres van zijn opdrachtgevers, van hun visitekaartjes en voorkwam op hun organogram, werden door de Arbeidsrechtbank verworpen als weinig terzake.

Zonder het met zoveel woorden te zeggen lees je tussen de regels van dit vonnis dat een consultant niet mag aangemoedigd worden om aan statuut-shopping te doen wanneer het sociale en fiscale statuut dat hij jarenlang gehanteerd heeft, hem plots niet meer zo goed uitkomt. In die zin kan dit vonnis enkel aangemoedigd worden.

(Arbrb. Gent, 20 februari 2014, TGR-TWVR, 2014, afl. 3, 231)