Legal insight

D. CASAER, “Kritiek op werkgever op facebook verantwoordt ontslag om dringende reden”, De Juristenkrant, November 2013

In een arrest van 3 september 2013 erkende het Brusselse Arbeidshof de dringende reden die leidde tot het ontslag van een kaderlid van een beursgenoteerd bedrijf. Het kaderlid had op dezelfde dag waarop het bedrijf haar halfjaarlijkse resultaten bekendmaakte zich op zijn facebook-pagina kritisch en sceptisch uitgelaten over zijn werkgever. Daarenboven deed hij dit via zijn publiek toegankelijk “prikbord” op facebook. Twee elementen waren doorslaggevend voor het Arbeidshof: 1) het feit dat de werknemer zijn facebookpagina voor iedereen toegankelijk was en hij dus zelf geen toegangsbeperkingen had ingesteld, en 2) het feit dat het een kaderlid van een beursgenoteerd bedrijf betrof.

Kritiek op werkgever op facebook verantwoordt ontslag om dringende reden

In een arrest van 3 september 2013 erkende het Brusselse Arbeidshof de dringende reden die leidde tot het ontslag van een kaderlid van een beursgenoteerd bedrijf. Het kaderlid had op dezelfde dag waarop het bedrijf haar halfjaarlijkse resultaten bekendmaakte zich op zijn facebook-pagina kritisch en sceptisch uitgelaten over zijn werkgever. Daarenboven deed hij dit via zijn publiek toegankelijk “prikbord” op facebook. Twee elementen waren doorslaggevend voor het Arbeidshof: 1) het feit dat de werknemer zijn facebookpagina voor iedereen toegankelijk was en hij dus zelf geen toegangsbeperkingen had ingesteld, en 2) het feit dat het een kaderlid van een beursgenoteerd bedrijf betrof.

 

De man had binnen het beursgenoteerde bedrijf Option een belangrijke functie als Business Development Manager en had ruime ervaring met buitenlandse markten. Na een tewerkstelling van net geen twee jaar werd hij om dringende reden ontslagen.

De aanleiding was een reeks kritische persartikelen over Option die hij op zijn via facebook publiek toegankelijk prikbord postte telkens begeleid met een aantal persoonlijke, denigrerende commentaren. De commentaren waren nogal kritisch in de trend van “Het kan verkeren, zei Bredero, van bedrijf van het jaar tot …” alsook doelend op de nieuwe aandeelhouders van het bedrijf “Ik denk dat hij die Chinezen nog teveel onderschat”. Bij nazicht zijn prikbord bleek de man daarenboven niet aan zijn proefstuk toe te zijn.

 

De werkgever nam hieraan aanstoot, maar ook aan het feit dat werd aangenomen dat één en ander gedurende het kaderlid zijn arbeidstijd gebeurde met gebruik van IT-materiaal van de werkgever. Daarnaast gebruikte hij zijn prikbord om ook over nog tal van andere gevoelige maatschappelijke thema’s zeer uitgesproken meningen te verkondigen hetgeen volgens het bedrijf niet strookte met de voorbeeldfunctie die zij voor haar kaderlid in gedachten had.

Het ontslag om dringende reden werd door de werknemer betwist met als hoofdargument dat hetgeen hij op facebook gepost had niets geheim betrof maar integendeel informatie die reeds ruim in de publieke sfeer bekend was.

De Arbeidsrechtbank van Leuven had eerder in haar vonnis van 17 november 2011 de dringende reden aanvaard.

Het Arbeidshof van Brussel volgt nu in haar arrest van begin september de Arbeidsrechtbank in haar beoordeling.

 

Uit het arrest blijkt dat het betrokken kaderlid het prikbord van zijn facebookpagina voor iedereen toegankelijk had gemaakt, waardoor hij hierover volgens het Hof eigenlijk geen privacy verwachtingen mocht koesteren ten aanzien van zijn facebookpagina. Dat deze pagina vrijelijk toegankelijk was, werd ook aangetoond door de vaststellingen van de gerechtsdeurwaarder.

Ook al was de toegang tot deze facebookpagina niet verder beperkt of beveiligd, toch oordeelde het Arbeidshof dat de werkgever een inbreuk had begaan op de wet betreffende de elektronische communicatie, meer in het bijzonder artikel 124 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, omdat het bericht niet als dusdanig voor de werkgever  bestemd was. De inbreuk bestond erin dat de werkgever met opzet kennis had genomen van informatie van alle aard die via elektronische weg werd verstuurd en die niet persoonlijk voor de NV bestemd was.

De vraag die het Arbeidshof zich stelt is of deze schending de bewijswaarde van het aldus verkregen bewijsmateriaal aantast.

 

Bij haar beoordeling gaat zij aansluiting zoeken bij de Antigoon-leer. Deze leer bestaat uit een aantal arresten van het Hof van Cassatie van 2003 en 2004 in strafzaken waarin wordt gesteld dat onrechtmatig verkregen bewijs niet automatisch door de rechter moet worden geweerd.

Vermits er door de werknemer echter niet wordt aangetoond dat door voornoemde inbreuk dit bewijs niet betrouwbaar zou zijn of het gebruik ervan een eerlijk proces zou in het gedrang brengen, vond het Arbeidshof het bewijs wel degelijk aanvaardbaar.

Het Arbeidshof verwijst hiervoor naar een Cassatie-arrest van 10 maart 2008 dat werd geveld in een betwisting inzake het recht op werkloosheidsuitkeringen. Dit arrest werd recent nog in een arrest van het Arbeidshof te Antwerpen (24 mei 2013 AR 2013/AA/229, onuitg.) gebruikt om camerabeelden als bewijs toe laten, ondanks schending van de privacy van de betrokken werknemers.

De essentie van het oordeel van het Arbeidshof blijkt uit volgende passage uit het arrest:

Het arbeidshof is van oordeel dat de werknemer-kaderlid in een beursgenoteerd bedrijf die op het voor iedereen toegankelijke gedeelte van een sociale netwerksite commentaar levert, die minstens als kritisch ten opzichte van de werkgever en diens beleid kan worden beschouwd, een tekortkoming begaat die de professionele samenwerking tussen hemzelf en de werkgever onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt.”

Dat het louter publieke gegevens betrof werd door het Arbeidshof verworpen door te verwijzen naar de persoonlijke commentaren die het kaderlid aan de persartikels toevoegde.

Uit dit arrest nu besluiten dat iedere vorm van kritiek van een werknemer op zijn werkgever via facebook automatisch kan aanzien worden als dringende reden lijkt voorbarig. In een ander (franstalig) arrest van 4 maart 2010 besliste hetzelfde Arbeidshof immers dat kritiek via een facebook-groep waarvan de werknemer veronderstelde dat hij niet vrij toegankelijk was, geen dringende reden uitmaakte.

 

Het lijkt voor een bedrijf de dag van vandaag zeker geen overbodige luxe om in haar ICT-policy of arbeidsreglement ook een aantal richtlijnen op te nemen rond het gebruik van facebook en andere sociale netwerksites zowel tijdens de arbeidstijd als daarbuiten. Duidelijke regels zorgen voor een duidelijk en afdwingbaar beleid.

Daarnaast blijft het zo dat ieder ontslag om dringende reden duidelijk objectief bewijsmateriaal van de fout van de werknemer vergt. De werkgever had er dan ook goed aan gedaan om een gerechtsdeurwaarder in te schakelen om de nodige vaststellingen te verrichten.