Legal insight

D. CASAER, “ABVV veroordeeld voor fouten in juridische bijstand”, De Juristenkrant, March 2015

In een arrest van 26 maart 2015 heeft het hof van beroep in Gent het ABVV veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan één van haar leden, op grond van een contractuele wanprestatie. Het hof oordeelde dat de vakorganisatie was tekort geschoten in haar juridische bijstand aan haar lid.

ABVV veroordeeld voor fouten in juridische bijstand

In een arrest van 26 maart 2015 heeft het hof van beroep in Gent het ABVV veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan één van haar leden, op grond van een contractuele wanprestatie. Het hof oordeelde dat de vakorganisatie was tekort geschoten in haar juridische bijstand aan haar lid.

 

Erçan Tok besloot na een periode gewerkt te hebben om een universitaire opleiding rechten aan te vatten. Om zijn recht op werkloosheidsuitkering niet kwijt te spelen moest hij die studies vooraf melden aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). De werkloosheidsdiensten van het ABVV bezorgden hem echter een foutief aanvraagformulier om de melding te doen, waardoor hij het recht op werkloosheidsuitkering dreigde te verliezen. Tok wou tegen de beslissing van de RVA in beroep gaan bij de arbeidsrechtbank, maar zijn vakorganisatie dichtte hem geen kans op slagen toe.

Tok bleef echter niet bij de pakken zitten, pakte een advocaat in de arm die de procedure tegen de RVA aanvatte en die ook won. Gesterkt door het vonnis van de arbeidsrechtbank dagvaardde Tok voor de rechtbank van eerste aanleg in Gent vier partijen: twee regionale werkloosheidskassen van het ABVV, de syndicale diensten van het ABVV en de Gentse ABVV-afdeling. Hij vorderde van hen een materiële schadevergoeding van 2.500 euro en een morele schadevergoeding van 5.000 euro.

De rechtbank van eerste aanleg veroordeelde de vier gedaagden in een vonnis van 19 november 2012 tot een materiële én een morele schadevergoeding van telkens 2500 euro. Het ABVV ging daartegen in hoger beroep.

 

Rechtspersoonlijkheid/rechtsbekwaamheid

Zoals geweten hebben de vakorganisaties in ons land geen rechtspersoonlijkheid, waardoor eerst de vraag rees of de vordering tegen de gedaagden ontvankelijk was. Wat de werkloosheidsdiensten betreft, oordeelde het hof dat die wel degelijk rechtspersoonlijkheid hebben doordat zij als uitbetalingsinstelling van de RVA fungeren, en de besluitwet van 28 december 1944 voor de vakorganisaties die deze taak vervullen ook uitdrukkelijk in rechtspersoonlijkheid voorziet. Dat werd door het ABVV ook niet bestreden.

De ontvankelijkheid van de andere twee gedaagden, de ABVV- afdeling Gent en de syndicale diensten Oost-Vlaanderen, vormde echter wel een punt van discussie. Door het ontbreken van rechtspersoonlijkheid argumenteerde het ABVV dat de vordering onontvankelijk was tegenover die partijen. Het hof van beroep volgde die argumentatie echter niet. Het hof oordeelde dat het ontbreken van rechtspersoonlijkheid de vakorganisatie geen vrijgeleide mocht verlenen voor fouten die werknemers van de vakorganisatie maken bij de dienstverlening waarvoor de leden betalen. Het hof stelde dat de vakorganisatie dan wel geen rechtspersoonlijkheid bezat, maar wel rechtsbekwaamheid waardoor ze in rechte kan worden aangesproken. Het lijkt mij echter dat die onderbouwing wat mager is en zeker tot kritiek aanleiding zal geven.

De rechtbank van eerste aanleg had de bijstand die de vakorganisaties haar leden biedt op het vlak van sociaal recht als een contract rechtsbijstand aangezien, vermits het betalende leden zijn die als onderdeel van dat lidmaatschap beroep kunnen doen op juridische bijstand en advies. Door hun lid een verkeerd aanvraagformulier te bezorgen en te weigeren het lid bij te staan in een procedure tegen de RVA was er sprake van een contractuele fout in hoofde van het ABVV, oordeelde nu ook het hof.

 

Gewaarschuwde vakorganisatie

De syndicalisatiegraad in ons land is nog steeds erg hoog in vergelijking met andere landen. De dienstverlening die de vakorganisaties hun leden aanbieden is daar ongetwijfeld niet vreemd aan. Het sociaal recht is best ingewikkeld én veranderlijk waardoor een gedegen gids doorheen het labyrint wel van pas kan komen.

Maar als die gids fouten maakt, moet de aangeslotene uiteraard ook recht hebben op de nodige waarborgen dat zijn schade vergoed zal worden. En daar knelt het schoentje. Een rondvraag leert ons dat er voor de juridische bijstand geen ‘echt contract’ wordt gesloten. De dienstverlening wordt wel aangeprezen in folders en op websites, maar de consument van die diensten heeft toch ook recht op informatie over waar hij terecht kan als hij niet tevreden is over de dienstverlening of hoe hij eventuele schade kan verhalen. De vakorganisaties blijken daarenboven te fungeren als hun eigen verzekeraar bij schadegevallen, waardoor de benadeelde partij te biecht moet gaan bij wie de schade heeft veroorzaakt. Het lijkt ons dat de vakorganisatie, die zich wenst te positioneren als een professionele dienstverlener 2.0, nog wel wat werk aan de interne winkel heeft.